De hulpverlening en crisisteams op de zes Caribische eilanden schieten ernstig tekort als er een grote ramp uitbreekt. Dat blijkt uit een nieuw rapport in opdracht van het Rijk. Hoewel zwaar weer vaak op tijd wordt aanbevolen, ontbreekt het op de eilanden aan voldoende medische zorg, opvangplekken en reddingsmiddelen op zee.
De problemen zijn groot. De meeste crisisteams zijn klein, waardoor hulpverleners bij een langdurige crisis snel oververmoeid raken. Zodra de stroom of het internet uitvalt, valt bovendien de communicatie met inwoners en toeristen stil. Ook ziekenhuizen lopen direct vast bij tientallen gewonden, door een gebrek aan bedden, ambulances en intensieve zorg. Op zee is er nauwelijks capaciteit om veel mensen tegelijk te redden, en de eilanden hebben geen eigen vrachtschepen of vliegtuigen voor noodgoederen. Daardoor zijn ze volledig afhankelijk van Defensie en private bedrijven.
Omdat het voor de afzonderlijke eilanden onbetaalbaar is om alles zelf aan te schaffen, pleit het rapport voor één gezamenlijke aanpak. Zo moeten er twee centrale noodsteunpunten op militaire bases komen, één Bovenwinds en één Benedenwinds. Daar kunnen noodvoorraden worden opgeslagen, zoals drinkwater, voedsel, generatoren én een mobiel veldhospitaal. Ook moet er een regionale pool van hulpexperts komen die direct kan uitrukken als de nood aan de man is.