De Raad van Commissarissen van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten heeft gereageerd op een brief van de Curaçaose minister van Financiën, Javier Silvania. Die stelde vorige week vragen over het vertrek van José Jardim als financieel-economisch directeur van de centrale bank eind juni en zijn aantreden direct daarna als directeur van Banco di Caribe. Volgens de Raad van Commissarissen is de afhandeling van het ontslag zorgvuldig verlopen, maar staat er niets over een dergelijke stap in het bankstatuut.
In een zondag verstuurd persbericht staat hierover het volgende: “De RvC heeft ondanks het ontbreken van voorschriften in het Bankstatuut of andere relevante wet- en regelgeving, waar nodig specifieke afspraken gemaakt om het proces van ontslag en overstap naar een onder toezicht staande instelling van de nodige waarborgen te voorzien. Tevens was in dit specifieke geval voor de benoeming van een kandidaat-beleidsbepaler ook de goedkeuring van De Nederlandsche Bank vereist. De toetsing door DNB vond parallel aan, maar volledig zelfstandig van die van de CBCS plaats.”