Eerder deze maand ontstond er op Curaçao een publieke discussie over het besluit van de voorzitter van de Staten om een door alle oppositiepartijen aangevraagde openbare vergadering uit te stellen. Naar aanleiding van de kritiek die daarop loskwam, heeft de regering van Curaçao onderzocht of deze handelswijze als ‘ondemocratisch’ moet worden aangemerkt. Volgens premier Pisas is dat niet het geval. Het uitstellen van vergaderingen door de voorzitter van de Staten is in de parlementaire praktijk van Curaçao al jaren zeer gebruikelijk en dus niet nieuw. Tussen 2017 en 2020, vóór de kabinetten Pisas II en III, werd 34 keer een vergadering door de voorzitter ‘tot nader order’ uitgesteld, zo stelt hij.
De regering verklaart in een persbericht: “In geen van die 34 gevallen ging een dergelijk besluit van de toenmalige Statenvoorzitters gepaard met publieke controverse, zoals recentelijk het geval is geweest naar aanleiding van het besluit van de huidige voorzitter om de Statenvergadering in verband met het conflict tussen de voormalige minister van Financiën en de Landsontvanger uit te stellen. Met andere woorden: al jarenlang is het gebruikelijk dat Statenvoorzitters een door de leden aangevraagde vergadering zonder enige ophef uitstellen, of zelfs afgelasten, wanneer daar een goede reden voor is. Nooit eerder is een dergelijk besluit van de toenmalige Statenvoorzitters ‘antidemocratisch’ genoemd of is daarover door de oppositie geklaagd. Ook nu is daarvoor geen reden, want de regering heeft de voorzitter toegezegd naar de Staten te zullen komen, vergezeld door de Landsontvanger, zodat de leden, inclusief de oppositiepartijen die de vergadering hebben aangevraagd, de gelegenheid krijgen om aan de regering en de Landsontvanger de nodige vragen te stellen.”