De Verenigde Staten hebben de sanctieregels rond Venezuela iets versoepeld. Daardoor mogen enkele internationale energiebedrijven, waaronder BP, Chevron, Repsol en Shell, onder strikte voorwaarden bepaalde olie- en gasactiviteiten in het land blijven uitvoeren.
Die toestemming geldt alleen zolang bedrijven zich houden aan de Amerikaanse sancties en betalingen niet rechtstreeks bij de Venezolaanse overheid terechtkomen.
Tegelijk blijven belangrijke beperkingen van kracht. Zo blijven transacties met gesanctioneerde personen of bedrijven verboden, net als betalingen met de Venezolaanse digitale munt, de petro.
De nieuwe regeling is sinds 18 februari ingegaan en vervangt een eerdere vergunning van de Amerikaanse overheid.
Het Spaanse energiebedrijf Repsol zegt intussen nog miljarden tegoed te hebben van het Venezolaanse staatsoliebedrijf PdVSA. Het gaat om zo’n 4,6 miljard euro aan openstaande schulden, vooral uit oliehandel en eerdere leningen. Omdat het onzeker is of dat geld ooit volledig wordt terugbetaald, heeft Repsol al een groot deel als mogelijk verlies ingeboekt.