Het Herdenkingscomité Slavernijverleden heeft positief gereageerd op een nieuwe resolutie van de Verenigde Naties over de trans-Atlantische slavenhandel.
Volgens het comité is het van grote betekenis dat de VN deze geschiedenis erkent als de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid. Voor nazaten en getroffen gemeenschappen bevestigt dit een werkelijkheid die al generaties lang wordt doorgegeven.
Voorzitter Astrid Elburg zegt dat de resolutie duidelijk maakt dat het slavernijverleden nog altijd doorwerkt in het heden.
Tegelijkertijd spreekt het comité zorgen uit over de houding van Nederland, dat zich bij de stemming heeft onthouden. Volgens Elburg vraagt dit moment juist om moed en duidelijke keuzes.
Het comité ziet de resolutie als een oproep om verdere stappen te zetten richting erkenning, historisch bewustzijn en herstel. Daarbij moet er ruimte zijn voor waarheid, waardigheid en de stemmen van gemeenschappen die lang zijn gemarginaliseerd.
De door Ghana ingediende resolutie werd vorige week met 123 stemmen aangenomen door de Algemene Vergadering. Drie landen stemden tegen: de VS, Israël en Argentinië. Nederland en 51 andere lidstaten onthielden zich van stemming.
Alle Afrikaanse en Caribische landen stemden voor. In de resolutie worden landen opgeroepen in gesprek te gaan over herstelbetalingen voor nazaten van tot slaaf gemaakten.
Gabriella Michaelidou, de vertegenwoordiger van de Europese Unie (EU), verklaarde namens de lidstaten en dus ook Nederland, dat het gebruik van superlatieven, zoals ‘ergste misdaad’, impliceert dat er een hiërarchie tussen wreedheden bestaat.
Zij ziet ook juridische bezwaren die onnauwkeurig zijn of inconsistent met het internationaal recht, waaronder suggesties voor terugwerkende kracht van internationale regels die destijds niet bestonden en claims voor herstelbetalingen.