Curaçao wil dat de Caribische delen van het Koninkrijk een eigen vertegenwoordiger krijgen in de Hoge Raad, de hoogste rechter in het Koninkrijk. Justitieminister Hato heeft voorgesteld dat een werkgroep concrete voorstellen en kandidaten presenteert vóór januari en juni 2026. Curaçao neemt het voorzitterschap en secretariaat op zich. De andere landen moeten hun reacties voor het Justitieel Vierlanden Overleg (JVO) van januari 2026 indienen. Het eerste advies aan de regeringen van Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Nederland wordt in juni 2026 verwacht.
Cassatieadvocaten
Hoewel er nu wordt gesproken over vertegenwoordiging van Caribische rechters, geldt er ook een ongelijkheid in de toelating van advocaten. Advocaten van de eilanden kunnen namelijk niet zomaar cassatieadvocaat worden. Wie in cassatie gaat, moet een (duurdere) Nederlandse cassatieadvocaat inschakelen. In april 2025 heeft de Hoge Raad besloten dat advocaten van de eilanden en advocaten uit Europees Nederland voorlopig nog verschillend behandeld mogen worden. In Europees Nederland moeten advocaten een lange opleiding volgen, jaarlijks bijscholen en zijn ze automatisch lid van de orde van advocaten. Dit systeem bestaat nog niet in Caribisch Nederland. Daarom vindt de Hoge Raad het logisch dat Caribische advocaten niet zomaar cassatieadvocaat kunnen worden in civiele zaken. De Raad benadrukt wel dat er regels en toezicht moeten komen, zodat Caribische advocaten in de toekomst kunnen worden toegelaten.