De samenwerking tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten heeft de afgelopen jaren geholpen om hervormingen op gang te brengen. Dat concludeert een onafhankelijke evaluatiecommissie, die tegelijkertijd waarschuwt dat structurele veranderingen meer tijd nodig hebben.
De samenwerking ontstond eind 2020, toen Nederland financiële steun gaf tijdens de coronacrisis. In ruil daarvoor werden afspraken gemaakt over hervormingen binnen de overheid. Deze afspraken zijn vastgelegd in de zogeheten Landspakketten.
Sinds 2021 werken de Caribische landen aan verbeteringen op onder meer het gebied van onderwijs, economie, belastingdienst en overheidsdienstverlening. Daarbij krijgen ze ondersteuning van een speciale uitvoeringsorganisatie van Nederland.
Volgens de evaluatie zijn de doelen nog steeds relevant: het versterken van de economie en het bestuur. Wel blijkt dat de uitvoering complex is, onder andere door beperkte capaciteit en de nasleep van de pandemie.
De commissie ziet ook verschillen tussen de landen. Aruba heeft hervormingen al opgenomen in eigen beleid, terwijl Curaçao nog duidelijker keuzes moet maken in prioriteiten. Sint Maarten heeft als kleinste land de grootste uitdagingen, vooral door beperkte uitvoeringskracht.
Het rapport is inmiddels aangeboden aan de betrokken regeringen en wordt ook besproken in de parlementen. Het Nederlandse kabinet komt na de zomer met een inhoudelijke reactie.