De natuur op de eilanden van het Nederlands Caribisch gebied staat steeds meer onder druk. Dat blijkt uit het nieuwste jaarverslag van de Dutch Caribbean Nature Alliance, de DCNA.
Vooral koraalriffen, mangroven, zeegrasvelden en droge tropische bossen hebben te maken met verschillende bedreigingen. Het gaat onder meer om klimaatverandering, vervuiling, invasieve soorten en kustontwikkeling.
Bij de koraalriffen zorgen stijgende zeetemperaturen voor vaker en ernstiger koraalverbleking. Ook verzuring van de oceaan maakt het voor koralen moeilijker om hun kalkstructuur op te bouwen. Daar komen problemen bij, zoals vervuild water, sediment dat vanaf het land in zee terechtkomt en overbevissing.
Volgens de DCNA is op veel plaatsen de hoeveelheid levend koraal sterk afgenomen. Ook belangrijke koraalsoorten, zoals elkhorn- en staghornkoralen, zijn sterk achteruitgegaan. Tegelijkertijd zijn er gebieden waar het beter gaat, bijvoorbeeld waar beschermde natuurgebieden goed worden beheerd en waar actief wordt gecontroleerd.
Ook zeegrasvelden zijn belangrijk voor het ecosysteem. Ze verbeteren de waterkwaliteit, houden de bodem vast en bieden jonge vissen en andere zeedieren een schuilplaats. Curaçao heeft belangrijke zeegrasvelden, onder meer in het Spaanse Water.
Deze gebieden hebben te maken met schade door boten en ankers, kustontwikkeling en een slechte waterkwaliteit. Vervuild water en voedingsstoffen uit afvalwater kunnen algengroei veroorzaken, waardoor er minder licht bij het zeegras komt.
Mangroven spelen eveneens een belangrijke rol. Ze beschermen de kust tegen erosie en stormen en bieden jonge vissen en andere zeedieren een veilige plek om op te groeien. Kustontwikkeling vormt een grote bedreiging. Aanleg van wegen en andere infrastructuur kan de natuurlijke waterstroming verstoren. Daarnaast zorgen klimaatverandering en een stijgende zeespiegel voor extra druk.
Op land staan vooral de droge tropische bossen onder druk. Die komen veel voor op Aruba, Bonaire en Curaçao en spelen onder meer een belangrijke rol bij het vasthouden van de bodem en het voorkomen van erosie.
Een groot probleem is overbegrazing door loslopende geiten en ezels. Zij eten jonge planten en bomen weg, waardoor natuurlijke verjonging van het bos wordt tegengehouden.
De DCNA is daarom gestart met een programma voor natuurbehoud en -herstel op de zes eilanden. Daarbij wordt onder meer gekeken naar herstel van belangrijke leefgebieden, betere waterkwaliteit, beperking van vervuiling en een betere aanpak van kustontwikkeling.
Volgens de organisatie is samenwerking tussen de eilanden daarbij noodzakelijk. Ook structurele financiering, betere wetgeving en ruimtelijke planning zijn volgens de DCNA nodig om de natuur op lange termijn te beschermen.