Minister-president Gilmar ‘Pik’ Pisas was gisteren aanwezig bij de herdenkingsceremonie van de instorting van de Koningin Julianabrug in het jaar 1967. In zijn toespraak herinnerde premier Pisas eraan dat 15 Curaçaose arbeiders hun leven verloren tijdens deze tragedie. Hij benadrukte dat elke vorm van ontwikkeling gepaard moet gaan met veiligheidsmaatregelen, omdat vooruitgang nooit ten koste mag gaan van mensenleven. De ceremonie bracht de families van de slachtoffers, vakbondsvertegenwoordigers, autoriteiten en veiligheidsexperts uit de bouwsector samen. Na het leggen van een krans bij het monument hield premier Pisas zijn toespraak, gevolgd door toespraken van vertegenwoordigers van verschillende vakbonden.
Aan het einde van de ceremonie deelde een nicht van een van de slachtoffers haar persoonlijke verhaal – woorden die het publiek diep raakten. “De brug die we vandaag zien, is een symbool van eenheid en vooruitgang. Ze herinnert ons niet alleen aan het verlies dat ons volk heeft geleden, maar ook aan de veerkracht die wij telkens weer tonen in moeilijke tijden.” Premier Pisas herbevestigde zijn toewijding om de arbeidsomstandigheden verder te verbeteren, risico’s te voorkomen en de veiligheid te waarborgen van iedereen die werkzaam is in de bouwsector.