Tweede Kamerleden Sjoukje van Oosterhout en Mikal Tseggai, beiden van de partij GroenLinks-PvdA, hebben gisteren vragen gesteld aan de Nederlandse minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Eddie van Marum. Ze willen meer weten over de olietankers die vanuit Venezuela via Curaçao onderweg zijn naar Rotterdam. Ze vragen zich af of Bullenbaai op Curaçao opnieuw een belangrijke rol speelt in de internationale oliehandel vanuit Venezuela. Ook willen ze weten of het klopt dat schepen die olie hebben gelost op Curaçao onder valse vlag varen terwijl ook de verplichte transponder uitstond.
De Kamerleden willen ook weten of de schepen die olie hebben gelost op Curaçao op de Amerikaanse sanctielijst staan. Van Oosterhout en Tseggai vragen zich af of deze schepen daarmee de internationale zeevaartregels overtreden. De vragen zijn soms heel gedetailleerd. Zo willen ze weten: ‘Klopt het dat het schip Regina, dat olie heeft afgeleverd op Curaçao, volgens de Curaçaose havenautoriteit vaart onder de vlag van Oost-Timor, terwijl dit niet blijkt te kloppen omdat Oost-Timor vorig jaar aan alle leden van de International Maritime Organization heeft laten weten dat diverse schepen frauduleus de vlag van Oost-Timor gebruiken en dat alle Oost-Timorese registraties als frauduleus moeten worden beschouwd? Heeft het Koninkrijk als IMO-lid dit ook aan de autoriteiten op Curaçao doorgegeven? Zo niet, waarom niet?